![]() |
-Indeling
van lelies
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
Er bestaan bijna ontelbaar veel lelies. Wijzelf telen alleen maar snijlelies en we richten ons bij deze beschrijving dan ook hoofdzakelijk tot deze. Alle huidige lelies zijn in oorsprong afkomstig van een honderdtal wilde soorten, ook wel species genoemd, die op het Noordelijk halfrond voorkomen in zowel Europa als Azië en Noord-Amerika. De bekendste van deze soorten zijn lilium candidum (de witte Madonnalelie, die in Europa al duizenden jaren gekend is), lilium auratum, lilium regale, lilium longiflorum en lilium speciosum. De meeste van deze soorten worden soms nog opgesplitst in variëteiten waartussen kleine verschillen zijn. L. Speciosum is een voorbeeld van een soort die enkele tientallen jaren geleden nog veel verhandeld werd. Het is een lelie die oorspronkelijk groeide in Japan, Taiwan en China. Daarvan bestaan verschillende natuurlijke variëteiten zoals onder andere L. speciosum var album (Lilium speciosum variëteit album) of L. speciosum var rubrum. De eerste heeft zuiver witte bloemen, terwijl de tweede roze bloemen draagt. Uit rubrum zijn enkele selecties gekozen die verder zijn geteeld en in de handel gebracht, de bekendste is waarschijnlijk 'Uchida'. Een kleine twintig jaar geleden teelden wijzelf nog 'Uchida', maar de zijwaartse (licht hangende), kleine bloemen waren uiteindelijk geen partij voor 'Stargazer', met de opwaartse, grote bloemen, die reeds in de jaren '70 in de VS was voortgekomen uit kruisingswerk. Door deze wilde soorten en hun variëteiten te kruisen zijn dus nieuwe lelies ontstaan met eigenschappen van meerdere soorten. De op deze wijze ontstane lelies worden hybriden genoemd. Sommige soorten kruisen makkelijk met elkaar en andere helemaal niet. Soorten die 'familie' van elkaar zijn, kruisen meestal makkelijker. Dergelijke soorten worden gegroepeerd in secties (op basis van uiterlijk, geografische verdeling, evolutionair verwantschap etc...) zoals bijvoorbeeld de sectie Oriëntal die bestaat uit de soorten L. alexandrae, L. auratum, L. japonicum, L. nobilissimum, L. rubellum en L. speciosum. Kruisingen tussen de soorten in de sectie Oriëntal (en vele malen verder (terug)kruisen met de zaailingen erbij) leveren de groep Oriëntal hybriden op waaronder de bekende 'Stargazer'. Er zijn nog enkele andere groepen, maar bij snijlelies zijn alleen nog de Aziatische hybriden en Longiflorum hybriden van belang. De Aziatische hybriden zijn ontstaan door het kruisen van verschillende soorten binnen de Aziatische sectie. De Longiflorum hybriden daarentegen zijn afkomstig van soorten die iets verder van elkaar af liggen en niet tot dezelfde sectie gerekend worden: L. longiflorum met soorten uit de sectie Aziaten, m.a.w. de Longiflorum hybriden zijn beter bekend als de reeds veel verkochte LA's. De hybriden die zo ontstaan zijn, worden aseksueel verder gekweekt (dus niet door stuifmeel, stamper en zaadvorming maar door weefselkweek, het schubben van de bollen of het doortelen van de kleine bolletjes die langs de steel groeien). Op deze manier wordt dan het gewenst aantal genetisch identieke bollen gekweekt en hebben we een cultivar (cultivated variety, gekweekte variëteit) zoals 'Stargazer'. Dankzij recente technieken zoals embryo-cultuur zijn sinds enkele jaren ook enkele kruisingen, die vroeger onmogelijk geacht werden, op de markt tussen soorten die tot verschillende, verafgelegen secties gerekend worden. Voorlopig zijn deze intersectionele kruisingen beperkt tot de OT's (Oriëntal-Trompet) en LO's (Longiflorum-Oriental). De grenzen tussen de verschillende groepen zijn niet altijd scherp afgebakend door voortdurende verdere veredeling en ook nu reeds is het soms moeilijk om met het blote oog nog vast te stellen waar een bepaalde cultivar ingedeeld moet worden. Op de veilingen deelt men de secties, soorten, species, groepen, hybriden, variëteiten en cultivars iets makkelijker in. Ze worden in slechts vier 'groepen' geplaatst en daarbinnen aangeduid met hun cultivarnaam. De vier gebruikte 'groepen' zijn Aziaten, Longiflorums, LA's en Oriëntals. LO's worden (voorlopig) bij de Longiflorums ingedeeld, terwijl de OT's bij de Oriëntals worden gerekend. Op de gezamenlijke Nederlandse bloemenveilingen (VBN), samen goed voor 60% van de wereldhandel in bloemen en planten, is de lelie de vierde belangrijkste bloem volgens omzet (roos, chrysant en tulp halen nog meer omzet). In aantal stuks moet ze nog wat meer bloemen voor laten gaan (meer bepaald gerbera en freesia). In 2003 was de omzet lelies op deze veilingen ongeveer 160 miljoen euro en werden er een 400 miljoen stuks geveild. Van de vier groepen zijn de Oriëntals het belangrijkst zowel in aantal als prijs.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
Aziaten worden gekenmerkt door een zeer breed kleurenspectrum met veel harde kleuren. Aziaten hebben over het algemeen ook een groot aantal knoppen. Ze hebben slechts een korte teeltperiode nodig, ongeveer 90 dagen, vooraleer zij bloeien. De bloemen zijn rechtopstaand, eerder klein, openen meestal plat en staan boven elkaar, elk verbonden met de hoofdtak. Ze zijn heel lichtgevoelig en dus erg moeilijk te telen in de winter. Ze geuren nauwelijks. Op de Nederlandse bloemenveilingen worden jaarlijks ongeveer 100 miljoen aziaten aangevoerd. Het aandeel aziaten is echter snel dalende omdat meer en meer wordt overgeschakeld op LA's. De hoofdkleuren bij de Aziaten zijn geel en oranje. Veilingcijfers over de precieze aandelen per kleur zijn echter niet volledig betrouwbaar omdat sommige cultivars bij de verkeerde kleur zijn ingedeeld (vb de rode Monte Negro staat in de statistieken als bruin).
De tien meest verkochte cultivars samen zijn goed voor twee derden van alle aanvoer. Er worden in totaal een 75-tal cultivars op naam geveild. Het vuur van de veredeling bij de aziaten dat jaren geleden nog laaiend was, is ondertussen eerder nasmeulend en naar de toekomst toe verwachten wijzelf hier niet zoveel spectaculairs meer. Ook in de veilingstatistieken is relatief weinig vernieuwing te zien (slechts twee nieuwe cultivars in 2003). Er is mogelijks nog een markt te veroveren door speciaal getinte cultivars met het "sproeten"-patroon, waar Latvia een vroeg voorbeeld van is en Dotcom een mooier.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
Longiflorums bestaan alleen in het kleur wit. Zoals hierboven gezien is Longiflorum in feite een soort i.p.v. een groep en is het onderscheid tussen de cultivars dus eerder klein (om maar niet te zeggen dat de gemiddelde consument er gewoon geen verschil tussen ziet). Ze bloeien zijwaarts met grote lange bloemen die de vorm van een kelk hebben. Ze hebben een langere teeltperiode nodig van ongeveer 110 dagen. Ze bloeien met weinig knoppen. De bloemen vertrekken vanuit één punt aan de hoofdtak. Ze zijn minder lichtgevoelig en van alle lelies het makkelijkst te telen in de winter, maar ze moeten iets hogere temperaturen hebben anders ziet u zogenaamde 'scheurkelken'. Longiflorum is een geurende lelie met een erg goede houdbaarheid. Een kleine 80 miljoen takken longiflorum worden jaarlijks op de Nederlandse bloemenveilingen verhandeld. De vijf meest verkochte cultivars zijn (in volgorde) 'Snow Queen', 'White Elegance', 'White Europe', 'Snow Cap' en 'White Heaven'. Deze vijf samen leveren bijna 70% van alle longi's. Iets meer dan 20 cultivars worden op naam geveild. De veredeling in longiflorums gaat verder, vooral naar nog grotere bloemen en betere houdbaarheid (o.a. 'Worldwhite' & 'Galloway'). Soms zijn er nog verrassingen zoals de zachtgele 'Deliana' die wel degelijk een echte longiflorum is. Er wordt nu ook gezocht naar meer kleuren, maar bijvoorbeeld de donkerrode 'Divine' is voor zover wij weten gewoon een LO i.p.v. een longiflorum omdat deze laatste toch altijd beperkt zal blijven tot verschillende tinten van wit.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Orïentals, soms ook Japanse lelies genoemd, hebben uiterst grote bloemen en kunnen zowel zijwaarts als opstaand bloeien. De bloemen openen, zoals aziaten, in een plat vlak waarbij de uiteinden van de bloemblaadjes soms achterwaarts terugdraaien. Het kleurenspectrum is in feite beperkt tot wit en roze. Uiterst donkere roze cultivars worden soms als rood verkocht, hoewel echt rood ons niet bekend is bij de oriëntals. Ook zijn er een aantal "goud-band" lelies waar een brede gele streep over de nerf van de bloembladen ligt (maar volledig geel bestaat niet in deze groep). Kenmerkend ook is dat ze meestal heel sterk geurend zijn. Ze hebben de langste teeltperiode, ongeveer 120 dagen. Ze zijn, zoals de longiflorums, weinig lichtgevoelig en dus goed geschikt voor de winterperiode. Wel hebben ze hogere temperaturen nodig dan de andere groepen. De Oriëntals zijn de grootste groep verhandelde lelies ter wereld. Op de Nederlandse bloemenveilingen worden jaarlijks zo'n 170 miljoen stuks verkocht.
De top 10 is goed voor twee derden van de volledige aanvoer oriëntals. Ondanks het feit dat er maar weinig kleuren zijn, worden er toch een 162 verschillende cultivars op naam geveild, waarvan zelfs 19 nieuwe in 2003. Deze aantallen zijn dus groter dan in eender welke andere groep. Ook zijn de grootste prijsverschillen bij de oriëntals te vinden. Bij een gemiddelde oriëntal-prijs van 50 ct zijn er nog steeds cultivars die meer dan 200 ct kunnen opleveren. De veredeling hierin gaat sterk door, maar revoluties zijn eerder te vinden bij de OT's waar andere kleuren mogelijk zijn. Wel komen er cultivars aan, zoals Nova Zembla, met indrukwekkend grote bloemen.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
LA's verbreden het kleurenspectrum t.o.v. de longiflorums. Ze bieden grotere bloemen t.o.v. aziaten. Deze zijn meer compact verdeeld, al dan niet vanuit één punt vertrekkend vanaf de hoofdtak. Ze zijn minder lichtgevoelig en dus meer geschikt voor de winterperiode. Het aantal knoppen is echter kleiner dan bij aziaten. De bloemen bloeien meestal licht kelkvormig en deze kunnen zowel zijwaarts als (half) opstaand zijn. Ze hebben een teeltperiode die iets langer is dan aziaten. Ze geuren niet of nauwelijks. Via de Nederlandse bloemenveilingen worden jaarlijks zo'n 50 miljoen LA's verkocht. De meeste zijn, zoals de Aziaten, oranje en geel (samen goed voor 70%), hoewel hier oranje overheerst (45% t.o.v. 25% geel). De top 5 bestaat uit 'Salmon Classic', 'Royal Fantasy', "Aladdin's Dazzle", 'Wiener Blut' en 'Donau'. Deze top 5 omvat ongeveer 55% van alle LA's. Er worden een kleine 60 LA-cultivars op naam geveild. Uit de veredelingskas komen momenteel massa's cultivars op de markt. De ontwikkelingen gaan zo snel dat het bijna onmogelijk is een nieuwe cultivar goed te introduceren vooraleer deze alweer voorbijgestreefd is. Zuiver wit, donkerrood, hard geel zijn kleuren die nu aandacht krijgen, terwijl ook hard wordt gewerkt aan cultivars met meer knoppen die minder snel openen.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
OT's komen voort uit de kruising tussen Oriëntals en Aurelians. Aurelian is de naam die wordt gegeven aan alle kruisingen tussen het soort L. Henryi (sectie Trompetlelies) en alle andere Trompetlelies (met uitzondering van L. Longiflorum). OT's hebben de grote bloemen en de sterke geur van oriëntals. Het kleurenspectrum is meer uitgebreid met op dit moment hoofdzakelijk gele cultivars. De bloemen kunnen zijwaarts of opstaand zijn. Sommige zijn eerder kelkvormig terwijl andere ongeveer plat bloeien. Ze hebben een steviger en veel langer houdbaar blad dan oriëntals. Het aantal OT's dat geveild wordt, is relatief verwaarloosbaar t.o.v. de Oriëntals waarbinnen ze gerekend worden. Zoals in de tabel hieronder te zien, is het areaal OT's nog steeds erg beperkt. De eerste OT's die verkrijgbaar kwamen voor de handel waren de gele "Conca d'Or" en de oranje "Orania". "Orania" verdwijnt wegens tegenvallende kwaliteit uit het sortiment, terwijl "Conca d'Or" in het gele sortiment ondertussen is ingehaald door "Yelloween". Alleen van "Manissa" zal in 2005 ook een redelijke hoeveelheid verkrijgbaar zijn. Volgens ons is dit de groep met het meeste toekomst. Ze zijn minder gevoelig aan ziekten dan Oriëntals. Hierdoor kunnen ze dus milieuvriendelijker geteeld worden dankzij een lager gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Het mogelijke kleurenspectrum is ook veel uitgebreider dan de LO's of de Oriëntals. Een ander sterk punt is dat het blad van deze lelies groen blijft, wat bij orientals soms een probleem is. Er komen momenteel vooral gele cultivars op de markt, maar de volgende jaren dienen ook andere kleuren zich aan.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
In zekere zin zijn LO's ook OT's omdat L. Longiflorum eveneens tot de sectie Trompet behoort. In praktijk worden deze hybriden in hun eigen groep ingedeeld. LO's lijken sterk op longiflorums maar de bloemen openen zich veel verder en ze bieden andere kleuren, namelijk de roze en rode tinten uit het Oriëntal kleurenspectrum. Veel is nog niet bekend over de kwaliteiten of gebreken van deze groep en de huidige cultivars. Het aantal LO's dat geveild wordt, is nog kleiner dan het aantal OT's. Er worden op de Nederlandse bloemenveilingen slechts een paar duizend takken LO's verkocht t.o.v. de 80 miljoen longi's. Voorlopig slechts twee cultivars: 'Prince Promise' & 'Triumphator'. Veel zaailingen uit deze groep lijken erg goed op elkaar, waarbij alleen de hoeveelheid en intensiteit van roze wat varieert. Er zit erg veel kaf tussen het koren. Veel cultivars behouden de 'kelkvorm' niet bij het openen en scheuren uiteindelijk open. Andere zijn dan weer erg kort of het kleur vervaagt na een aantal dagen. Volgens ons is 'Prince Promise' met voorsprong het beste in deze groep.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Wijzelf telen een beperkt aantal cultivars. Sedert dit jaar alleen nog orientals en LO's. We zijn steeds op zoek naar betere varieteiten, iets wat jammer genoeg altijd gepaard gaat met een groot aantal missers. Maar dankzij jarenlang uittesten, hebben we toch al wat goede in aanbieding. In de winter zijn al onze lelies belicht, wat enkele belangrijke voordelen biedt. Daarbij denken we aan grotere bloemen die beter openen, langere houdbaarheid, steviger stelen en donkerder blad.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Bronnen: -McRae,
Edward A. "Lilies: a guide for growers and collectors."
Timber Press: Oregon, USA, 2001, 392 pp.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||