|
|
|
PIOENEN ALS SNIJBLOEMEN Pioenen (Paeonia) behoren tot onze favoriete snijbloemen. Ieder jaar in mei en juni snijden we enkele duizenden bloemen, in verschillende kleuren en meerdere vormen. Er is bijzonder veel variatie in pioenen en het aantal wilde soorten is bijzonder uitgebreid. Twee grote groepen bestaan (ook wel secties genoemd), die duidelijk te onderscheiden zijn. Enerzijds de boompioenen en anderzijds de kruidachtige pioenen. De boompioenen (sectie Moutan) zijn meestal redelijk laagblijvende struiken waarbij ieder jaar opnieuw aan dezelfde houtachtige stam of stelen bladeren en bloemen groeien. Van nature komen ze voor in China en Japan. Één van de bekendste soorten binnen deze sectie is Paeonia Rockii met witte bloemen waarop een donkerpaarse vlek te zien is. De kruidachtige pioenen (sectie Paeon), de vaste planten, zijn heel wat bekender in West-Europa. De zogenaamde 'boerenpioen' (Paeonia Officinalis) behoort tot deze groep en is te vinden in vele tuinen in West-Europa. De kruidachtige pioenen sterven ieder jaar bovengronds af in het najaar en komen in het voorjaar terug. De bekendste wilde soort is hier 'Paeonia Lactiflora', ook wel bekend als 'Chinese pioen' naar zijn oorsprong. Van nature is dit soort enkelbloemig maar door veredeling zijn hieruit de bekende gevuldbloemige pioenen voortgekomen, die nog steeds het belangrijkste zijn als snijbloem. Bekende lactiflora-cultivars zijn 'Sarah Bernhardt', 'Shirley Temple', 'Karl Rosenfield' en 'Duchesse de Nemours'. Ook bij de kruidachtige pioenen is gekruist tussen de verschillende soorten en zijn een aantal hybriden ontstaan met andere kleuren of bloeivormen zoals de donkerrode dubbele 'Red Charm' en de enkelbloemige glimmend roze 'Flame'. Er bestaan ook kruisingen tussen de twee secties, de zogenaamde intersectionele pioenen. Deze worden ook wel aangeduid als itoh-hybriden naar de veredelaar Toichi Itoh die als eerste deze kruising tot een goed einde bracht (met als bekendste resultaat 'Yellow Crown'). Deze hebben andere kleuren dan de kruidachtige en sterven ook ieder jaar bovengronds af. Ze zijn momenteel erg beperkt verkrijbaar en bijzonder duur. De bekendste cultivar in deze groep is ongetwijfeld de dubbele diepgele 'Bartzella'. Van deze drie groepen zijn de kruidachtige pioenen de belangrijkste voor de snijbloemenmarkt. De boompioenen zijn niet bruikbaar wegens een te kort vaasleven. De intersectionele pioenen hebben bij enkele cultivars ook dat probleem, maar de grootste hindernis bestaat uit de hemelshoge aankoopprijs (gerechtvaardigd gezien het beperkte aanbod en de grote vraag).
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
PIOENEN EN DE SNIJBLOEMENHANDEL De meeste pioenen in de snijbloemenhandel worden via de Nederlandse bloemenveilingen verkocht. Het aantal pioenen dat geveild wordt stijgt doorheen de jaren erg snel. In 2001 een kleine 13 miljoen en in 2004 reeds 34 miljoen. Ook in het seizoen van 2005 was er een verdere stijging waardoor we dus in vijf jaar tijd een verdrievoudiging van het aantal pioenen zien. Ook naar de toekomst toe worden verdere stijgingen verwacht. Het importaandeel is bij pioenen relatief beperkt tot ongeveer 5%. De toename per jaar en de cultivars zijn vergelijkbaar met de Nederlandse. Ze worden verkocht voor een gemiddeld hogere prijs, wat te danken is aan de aanvoerperiode die iets vroeger valt dan de Nederlandse (en voor pioenen van het Zuidelijk halfrond in de late herfst). Het leeuwenaandeel wordt verkocht in de maanden mei en (vooral) juni. Er is een maximale aanvoer begin juni wanneer de laatbloeiende Sarah Bernhardt buiten gesneden wordt. Het sortiment dat aangevoerd wordt, is uiterst beperkt en al jaren identiek. De vijf meest aangevoerde cultivars zijn goed voor maar liefst driekwart van alle pioenen. De dubbele roze 'Sarah Bernhardt' levert de helft van alle aanvoer. Nog een beperkt aantal cultivars vervolledigt het sortiment. De in aanvoer grootste daarvan zijn 'Karl Rosenfield' (dubbel paarsrood), 'Duchesse de Nemours' (dubbel wit), 'Dr Alexander Fleming' (dubbel roze) en 'Shirley Temple' (dubbel zachtroze, verkleurend naar wit). Dit zijn oude cultivars en niet meteen de beste. 'Sarah Bernhardt' is bijvoorbeeld bekend om haar slappe stelen en haar bloemen die moeilijk openen (of helemaal niet wanneer te rauw geoogst). |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
BIJZONDERE PIOENEN Een echte seizoensbloem zijnde kan dus samengevat worden dat u waarschijnlijk pioenen koopt begin juni en dat deze dubbel roze zijn. Daaruit zijn meteen de kansen te halen om zich te onderscheiden: vroegere of latere bloeiperiode, andere kleuren zoals wit, echt rood, oranje of geel, en andere bloeivormen zoals halfdubbel. De twee cultivars 'Red Charm' en 'Flame' zijn twee voorbeelden van wat in de toekomst hopelijk meer naar voor gebracht zal worden. Dit zijn geen lactiflora-cultivars meer, zoals de meeste geveilde pioenen, maar hybriden. 'Red Charm' is een kruising tussen het soort Lactiflora en het soort Officinalis. Deze laatste bloeit vroeger dan de Lactiflora's, maar is kwalitatief minder interessant (slappe steel, kleinere bloem). 'Red Charm' combineert het beste van de twee soorten: het heeft de vroegheid en het heldere rode kleur van Officinalis en de gevulde grote bloemen op steviger stelen van Lactiflora. Het is dan ook met reden dat deze cultivar behoort tot de duurste op de veilingen. Ook 'Flame' is een hybride (P. Lactiflora x P. Peregrina), die vooral opvalt door zijn zeer helder oranjerode kleur. 'Flame' is enkelbloemig, dus één enkele rij bloemblaadjes i.p.v. de gevulde Lactiflora's.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
Ook komen er ondertussen, heel beperkt, gele pioenen voor de klok. Onder de naam 'Goldmine' wordt een dubbele gele lactiflora-(hybride?) pioen aangevoerd. 'Goldmine' is in de pioenenhandel bekend onder de originele Chinese naam 'Huang Jin Lun' maar wordt geregeld onder een nieuwe naam verkocht. In 2005 zijn ook een aantal gele Itoh-hybriden voor het eerst geveild. Maar voorlopig kunnen we bij het kleur geel nog steeds stellen: zeer zeldzaam. In de toekomst zullen er ook nog wel groene en oranje pioenen geveild worden en meer afwijkende vormen, maar vernieuwing blijft bij pioenen een werk van lange adem.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
Bronnen: -Gast,
Karen; McLaren, Jill & Rusty Kampjes. "Identification of bud
maturity indicators for fresh-cut peony flowers." In: Nell, T.A.
& D.G. Clark (Eds.) "Proceedings of the VIIth International
Symposium on Postharvest Physiology of Ornamentals." Acta Horticulturae
vol 543. International Society for Horticultural Science (ISHS): Belgium,
2001, pp.317-325. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||